Woensdag 25 oktober 2017 presenteerde de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reserveofficieren (KVNRO) het jubileumboek dat Maas+deNatris voor hen schreef. Koning Willem-Alexander ontving het eerste exemplaar uit handen van de voorzitter tijdens een symposium dat die dag in het NMM werd georganiseerd. Een verslag.

Boekcover KVNRO-jubileumboek

Boekcover boek 100 jaar KVNRO

De Nederlandse reserveofficierenvereniging KVNRO vierde 25 oktober haar eeuwfeest in het National Militair Museum (NMM) in Soesterberg met een jubileumsymposium getiteld De reservist in verleden, heden en de toekomst. Verschillende sprekers lieten hun licht schijnen over de rol van reservisten bij de krijgsmacht. Wij, de auteurs, gaven als smaakmakers twee korte presentaties op basis van ons boek. Wij hadden nog een flinke kluif aan de voorbereiding en uiteindelijk ook behoorlijk last van plankenkoorts. Een presentatie geven doen wij ook niet elke dag, zeker niet voor de ruim 200 officieren die in het Auditorium aanwezig waren.

Voorzitter Gert Dijk overhandigt het eerste exemplaar aan de Koning (foto: Fred Warmer)

In de tweede helft van de middag konden we ontspannen en van de dag genieten. Na afloop werd in de museumhal als traditionele afsluiting een biertje, borrel en ‘blauwe hap’ geserveerd. Blauwe hap is marinejargon voor een Indische rijsttafel. Daarvan hebben we er tijdens diverse gelegenheden inmiddels al een stevig aantal achter de kiezen. Tenslotte vonden de eerste gesprekken al september 2012 plaats en hebben zijn we sindsdien regelmatig op Legerplaats Stroe gelogeerd, als het kan juist op woensdag, de vaste dag dat de restaurants van de krijgsmacht Indisch konden serveren.

Lid nummer 1
Sinds zijn beëdiging als reserveofficier in 1986 is Koning Willem-Alexander lid van de vereniging en staat hij bekend als ‘lid nummer 1’. De Koning ontving het eerste exemplaar van het jubileumboek niet van ons, maar uit handen van algemeen voorzitter luitenant-kolonel Gert Dijk. Het boek met de titel Verplicht, Vrijwillig & Verbonden schreven wij, Wim Maas en Wim de Natris, bij gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reserve Officieren (KVNRO). Het boek is een cadeau van de vereniging aan alle 1.100 leden van de vereniging. En nee, wij zijn niet aan de Koning voorgesteld.

Gerard Lettinga voor de camera van Blauw Bloed in de museumhal (foto: Fred Warmer)

Het videoverslag van tv-programma Blauw Bloed geeft een betere indruk van het koninklijk bezoek dan wij konden hebben. Kolonel Gerard Lettinga, lid van de redactiecommissie waar wij intensief mee hebben samengewerkt, geeft charmant en zakelijk tekst en uitleg. Helaas hebben wij geen beeld van algemeen secretaris luitenant-kolonel Henk Schimmel, zonder wie dit project niet was verlopen zoals het nu verlopen is. Met zo’n opdrachtgever zouden wij de rest van ons leven wel willen werken. Op 02:04 minuten zijn wij kort in beeld. Op de eerste rij in het wit zit onze vormgeefster Susanne Lenders. En op 03:01 wandelt twee keer onze partner kapitein Fred Warmer al fotograferend door het beeld.

Een van de sprekers op het podium (foto: Fred Warmer)

De reserveofficier
Een reserveofficier? Wat is dat? Een reservemilitair in het algemeen en een reserveofficier in het bijzonder was een getrainde militair die niet actief dient en in geval van nood snel de krijgsmacht kan aanvullen – als een soort reserve op de bank bij een voetbalwedstrijd. Of het zijn deeltijdmilitairen die hun hoofdinkomen als burger verdienen en daarnaast in de krijgsmacht een deeltijdfunctie vervullen. Vaak gaat het daarbij om specialistische functies. Grofweg heerste tijdens de dienstplichtperiode het eerste model. Tegenwoordig zijn er alleen nog maar beroepsmilitairen – voltijd of deeltijd – en geldt het tweede model. Samengevat zijn er drie redenen om in een krijgsmacht met reservepersoneel te werken. Ten eerste kan met geoefende reservisten snel extra personeel worden opgeroepen. Dat was zo in de periode van de massalegers, zoals die tot de Val van de Muur in 1989 bestonden, maar is in bescheiden mate nu nog steeds het geval bij bijvoorbeeld het Korps Nationale Reserve. Ten tweede kunnen specialistische functies veel beter door reservisten worden vervuld. Denk aan artsen. In beide gevallen is het kostenaspect belangrijk. Het paraat houden van grote aantallen militairen in het algemeen en het opleiden en in dienst houden van specialisten in het bijzonder is te kostbaar voor welke krijgsmacht dan ook. De derde en belangrijkste reden om reservepersoneel in de organisatie aan te houden is sinds jaar en dag echter het chronische personeelstekort dat met name de Koninklijke Landmacht parten speelt. De werving van beroepspersoneel blijft al twee eeuwen achter bij de behoefte.

Uitzicht vanaf het podium op zaal en Koning (foto: Fred Warmer)

De vereniging
Een korte geschiedenis van de vereniging. De KVNRO is opgericht in 1917 als een belangenvereniging voor reserveofficieren, in eerste instantie alleen van Marine en Landmacht, maar tegenwoordig ook van Luchtmacht en Marechaussee. Aanvankelijk richtte de vereniging zich op de arbeidsvoorwaarden voor reserveofficieren. Dat was een balanceeract omdat officieren vanwege hun eed van trouw elke schijn van een ‘vakbond’ moesten vermijden. Onder voorzitterschap van prof. mr. J.C. Kielstra (1924-1933) ontwikkelde de vereniging zich van een vereniging voor de behartiging van materiële belangen tot een vereniging met een meer ideële inslag. ‘Verhoging van de weerbaarheid des Rijks’ werd de centrale doelstelling. En die aandacht staat tot op de dag van vandaag centraal. Het aantal leden van de vereniging is de afgelopen jaren flink gedaald. In 1991 stond de teller nog op 2.609 leden. Tien jaar later waren dat er circa duizend minder en op moment van publicatie van het boek telde de KVNRO nog zo’n 1.100 leden.

In de media
Het symposium en de presentatie van het jubileumboek waren een dag eerder al opgepikt door de media. De redactie had van het bestuur een exemplaar van het boek ontvangen en de meest prikkelende passages vlot gevonden. ‘Reserveofficieren kampen met dalend ledental’ kopte een artikel van RTV Utrecht. In 1996 werd de opkomstplicht opgeschort. ‘‘Hierdoor stopte de natuurlijke aanwas van dienstplichtige reserveofficieren, waaruit de vereniging voorheen rijkelijk haar leden kon putten. Het was sinds de Eerste Wereldoorlog de bestaansreden voor de vereniging’, aldus Wim Maas en Wim de Natris’, zo schrijft het artikel. Door de sterke inkrimping van de gehele krijgsmacht was en is ontgroening en vergrijzing het onvermijdelijke gevolg. En, zegt RTV Utrecht: ‘De centrale vraag die in het boek aan de orde komt is of de KVNRO een belangenvereniging moet zijn en blijven of zich uitsluitend moet gaan richten op saamhorigheid en een gezelligheidsvereniging moet worden. ‘Een relevante en levensvatbare vereniging drijft op jonge leden, maar die moeten dan wel lid worden en blijven.’

Ook laten wij in ons boek ruimte voor twijfel aan de toekomst van de KVNRO door twee personen met tegengestelde gezichtspunten aan het woord te laten. ‘Kolonel Gerard van der Thiel, oud-commandant van het Korps Nationale Reserve typeert de KVNRO als een vergrijzende vereniging waarvan een groot deel van de leden niet meer actief militair is. ‘Je zou kunnen stellen dat op dit moment de oudere generatie de belangen behartigt van de jongeren.’’ Deze krachtige mening zetten we in het boek tegenover een meer positieve. ‘Dick Scherjon, hoofd van het in 2013 opgerichte Bureau Reservisten en Samenleving, is zich bewust van het dramatische imago waarmee de vereniging als gevolg van de vergrijzing kampt. Toch ziet hij nog toekomst voor de KVNRO. Bijvoorbeeld als netwerkorganisatie. ‘Reserveofficieren zijn actief in meerdere maatschappelijke omgevingen en hebben elkaar daarom veel te bieden.’

Goed gezien en geciteerd. En allemaal waar. Maar ook de vinger op de zere plek en dus niet per se het bericht dat de KVNRO op deze feestelijke dag de wereld in wilde sturen. Hoe dan ook, wij hebben een toegankelijk geschreven en prachtig vormgegeven boek gemaakt – vinden wij zelf.

Wim Maas
Wim de Natris

30 november 2017

_____

Foto’s:

Links: